Huur Woonruimte

Hieronder treft u de subonderwerpen van het onderwerp Huur woonruimte aan. Heeft u vragen of opmerkingen? Neemt u gerust contact met ons op (klik hier).

Definitie

Afdeling 5 van titel 4 van het 7e Burgerlijke Wetboek (artt. 7:232 – 289 BW ) geeft specifieke regels omtrent de huur van woonruimten. Deze regels zijn dan ook slechts van toepassing op de huur van woonruimte (art. 7:232 BW). Daarme dient als eerste een overeenkomst te zijn die voldoet aan de definitie van huur (...) Lees verder.

Huurprijzen

Art. 7:237 BW geeft een aantal definities die van belang zijn bij het onderwerp huurprijzen. Zo wordt “prijs” gedefinieerd als de gehele tegenprestatie die de huurder aan de verhuurder verschuldigd is. “Huurprijs” is vervolgens slechts de tegenprestatie voor het enkele gebruik van de woonruimte (de kale huur). Daarnaast  (...) Lees verder.

Overige vergoedingen

Paragraaf 2 van onderafdeling 2 van afdeling 7.4.5. BW ziet op andere vergoedingen dan de huurprijs (dus de servicekosten). Welke vergoedingen hier allemaal onder vallen (of in ieder geval onder vallen) is opgenomen in het Besluit Servicekosten (Stb. 2003, 170). Of onderhoud onder de noemer van  (...) Lees verder..

Medehuur

Naast de oorspronkelijke huurder kunnen ook anderen medehuurder worden. Dit kan enerzijds geschieden door een (aanvullende) overeenkomst met de verhuurder en anderzijds op grond van de wettelijke bepalingen. In dat laatste geval is de toestemming van de verhuurder niet vereist. Op grond van art. 7:266 BW is de echtgenoot of geregistreerd partner (...) Lees verder.

Voortzetting

Zoals eerder is aangegeven, eindigt de huurovereenkomst niet door het overlijden van de huurder en valt de huurovereenkomst daarmee in de nalatenschap. Art. 7:268 BW regelt de positie van de medehuurders en anderen in het geval van het overlijden van de hoofdhuurder. De hoofdregel is dat medehuurder (dus zowel  (...) Lees verder.

Einde overeenkomst

De huurovereenkomst van woonruimte kan slechts op drie wijzen eindigen. Door opzegging, ontbinding of met wederzijds goedvinden. De huurder wordt in veel gevallen door de wet in bescherming genomen zoals in het bijzonder te zien is bij opzegging door de verhuurder. Zo geldt een veelvoud aan termijnen  (...) Lees verder.

OPzeggingsgronden

Uit art. 7:271 lid 4 BW volgt dat de verhuurder zijn opzegging uitsluitend kan baseren op een of meer van de opzeggingsgronden van art. 7:274 BW. Het is van groot belang om de eerste zin van art. 7:274 BW goed te begrijpen. Deze luidt: “De rechter kan de vordering slechts toewijzen”. De woorden  (...) Lees verder.