Algemeen

Voor gebouwde onroerende zaken die niet onder de definitie van woonruimte of bedrijfsruimte vallen, kent art. 7:230a BW een eigen regeling. Het voornaamste element van deze bepaling is de ontruimingsbescherming. Indien de huurovereenkomst door de verhuurder wordt opgezegd dan heeft de huurder het recht om nog minimaal twee maanden na het tijdstip waartegen is opgezegd te blijven zitten. Ook kan de huurder de rechter vragen om de ontruimingsbescherming met maximaal drie keer een jaar te verlengen. Bij de voorwaarden die voor een dergelijke verlenging gelden, wordt nader stil gestaan.

De vrij curieuze situering van art. 7:230a BW is overigens het gevolg van het feit dat de wetgever bij de invoering van titel 7.4.  BW de bepalingen omtrent overige gebouwde onroerende zaken simpelweg vergeten was. Men kwam daar pas achter toen de nummering van de artikelen voor woon- en bedrijfsruimte al vaststonden. Vandaar dat het artikel ook als 230a genummerd is in plaats van gewoon als artikel 231.