Verplichtingen verhuurder

De verplichtingen van de verhuurder ten opzichte van de huurder zijn neergelegd in afdeling 7.4.2. BW (artt. 203-211). De verhuurder heeft drie hoofdverplichtingen:
1. het verhuurde aan de huurder ter beschikking stellen en laten (art. 203)
2. het verhelpen van eventuele gebreken aan het verhuurde (art. 206);
3. het verdedigen van belangen van de huurder in het geval van uitwinning (art. 211)

De eerste verplichting is vrij eenvoudig. De verhuurder moet de huurder het gebruik verstrekken dat de huurder op grond van de huurovereenkomst mag verwachten. Vaak zal dit gebeuren door het gehuurde aan de huurder ter beschikking te stellen door middel van sleuteloverdracht. Van belang is dat het ter beschikking stellen niet enkel en alleen ziet op het gehuurde zelf maar ook op alles wat, op grond van de wet of de overeenkomst, daarbij hoort. Bij de huur van onroerende zaken is het altijd verstandig om expliciet overeen te komen wat exact tot het gehuurde behoort. Hoe zit het bijvoorbeeld met keukenapparatuur, zonwering en terrasmeubilair? Het bij de oplevering vastleggen van deze afspraken kan in een later stadium veel discussie voorkomen. Tot slot is het feit dat art. 7:203 BW expliciet aangeeft dat de verhuurder het verhuurde ook ter beschikking van de huurder moet laten,  een verdekte onderhoudsplicht. De verhuurder moet namelijk niet alleen zorgen dat de huurder het gebruik van de zaak krijgt maar ook dat hij het houdt.