semi-dwingend of regelend recht

In beginsel zijn de afdelingen twee, drie en vier van titel 7.4. BW geheel van regelend recht. Partijen kunnen daarmee bij overeenkomst afwijken van de wettelijke regeling. Enkele bepalingen kunnen echter, afhankelijk van de situatie, alsnog van semi-dwingend recht zijn in die zin dat niet ten nadele van de huurder van die betreffende bepaling afgeweken kan worden. Allereerst verklaart art. 7:209 BW de artikelen 7:206 eerste en tweede lid, 207 en 208 BW van semi-dwingend recht voor zover het gaat om gebreken die de verhuurder bij het aangaan van de verhuurovereenkomst kende of had behoren te kennen. Aangezien in deze bepaling geen onderscheid gemaakt wordt met betrekking tot het soort gebouwde onroerende zaak zijn de genoemde artikelen ook met betrekking tot de huur van bedrijfsruimte en overige gebouwde onroerende zaken van semi-dwingend recht. De beperking dat de verhuurder het gebrek bij aanvang kende of behoorde te kennen geldt dan weer niet voor art. 7:203 lid BW, art. 7:215 BW, art. 7:231 BW. Ook deze bepalingen zijn derhalve met betrekking tot de huur van bedrijfsruimte van semi-dwingend recht. Heeft de huurovereenkomst betrekking op woonruimte dan verklaart art. 7:242 BW de artikelen 7:204, 7:206 lid 1 en 2, 7:207, 7:208 en 7:217 BW van semi-dwingend recht tenzij het gebreken betreft inzake, kort gezegd, door de huurder zelf aangebrachte voorzieningen. De artikelen 7:216 lid 3, 7:224 lid 2 en 7:230 BW zijn, zonder voorbehoud, van semi-dwingend recht. Zoals te zien is is het nogal onoverzichtelijk wanneer welke bepaling nu precies van regelend of van semi-dwingend recht is. De wetgever heeft zulks ook onderkend maar zag geen mogelijkheid om dit te vermijden. De volgende tabel dient dan ook ter bevordering van het overzicht.

Betreft

Artikel

Regelend recht

Semi-dwingend recht

Woning

7:204

Indien het gebrek ziet op zelf aangebrachte voorzieningen

Indien het gebrek niet ziet op zelf aangebrachte voorzieningen

 

7:206 lid 1 en 2

Indien het gebrek ziet op zelf aangebrachte voorzieningen

Indien het gebrek niet ziet op zelf aangebrachte voorzieningen of de verhuurder de gebreken bij het aangaan van de overeenkomst kende of behoorde te kennen.

 

7:206 lid 3

 

Altijd

 

7:207 en 7:208

Indien het gebrek ziet op zelf aangebrachte voorzieningen

Indien het gebrek niet ziet op zelf aangebrachte voorzieningen of de verhuurder de gebreken bij het aangaan van de overeenkomst kende of behoorde te kennen.

 

7:215

Indien het de buitenzijde betreft

Indien het niet de buitenzijde betreft

 

7:216 lid 3

 

Altijd

 

7:217

Indien het gebrek ziet op zelf aangebrachte voorzieningen

Indien het gebrek niet ziet op zelf aangebrachte voorzieningen

 

7:224 lid 2 en 7:230

 

Altijd

 

229 lid 1 en 2

 

Altijd

Bedrijfs
of 7:230a

7:206 lid 1 en 2, 7:207 en 7:208

Indien het gebreken betreft die de verhuurder bij het aangaan van de huur niet kende of behoorde te kennen

Indien het gebreken betreft die de verhuurder bij het aangaan van de huur kende of behoorde te kennen

 

7:206 lid 3

 

Altijd

 

7:215

 

Altijd

 

7:231

 

Altijd

Tot slot is van belang dat deze bepalingen zowel voor overeenkomsten die voor bepaalde tijd als voor overeenkomsten die voor onbepaalde tijd gesloten zijn gelden.