Algemeen

Voor de overdracht van een goed is volgens art. 3:84 BW vereist een levering krachtens een geldige titel, verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. Bij het vereiste van een levering wordt nader stilgestaan. De wet kent meerdere wijzen waarop een goed geleverd kan worden. Zo kan levering geschiedden bij notariële akte, door feitelijke bezitsverschaffing of door een enkele mededeling aan een derde. Zonder geldige levering kan geen sprake zijn van een geldige overdracht waardoor de eigendom ook niet kan overgaan op de koper. Naast de levering die vereist is voor de overdracht van een goed, kan ook sprake zijn van levering in enge zin. Hiermee wordt gedoeld op de schakelbepaling van art. 3:98 BW die aangeeft dat de vereisten voor overdracht van een goed ook gelden voor de vestiging, de overdracht en de afstand van een beperkt recht op een zodanig goed.

Hierna wordt nader stilgestaan bij de verschillende wijzen van levering van zowel roerende zaken als vorderingen als beperkte rechten als registergoederen. Opgemerkt zij dat levering slechts één van de drie vereisten is voor een geldige overdracht. Naast geldige levering dient immers ook nog sprake te zijn van een geldige titel en beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder.

Levering van roerende zaken

Voor de levering van roerende zaken die niet tevens registergoederen zijn, vereist art. 3:90 BW dat aan de verkrijger het bezit der zaak wordt verschaft. Dit is tevens de meest eenvoudige en meest voorkomende wijze van levering. Bezitsverschaffing op grond van deze bepaling kan bijvoorbeeld geschieden door een zaak in iemands feitelijke macht te brengen door de zaken aan hem te overhandigen of door bijvoorbeeld de sleutels van een auto of fiets af te geven. Deze wijze van levering wordt ook wel corporele bezitsverschaffing genoemd. Naast deze corporele bezitsverschaffing zijn er ook mogelijkheden om roerende zaak te leveren zonder feitelijke overgave of een dergelijke feitelijke handeling. Art. 3:115 BW noemt drie verschillende manieren waarop geleverd kan worden zonder dat de zaak feitelijk van zijn plaats komt.

De eerste mogelijkheid is levering constitutum possessorium.  Dit houdt in dat de vervreemder de zaak bezit en hij haar krachtens een bij levering gemaakt beding voortaan voor de verkrijger houdt. A verkoopt bijvoorbeeld zijn fiets aan B waarbij A en B afspreken dat de fiets in de schuur van A zal blijven staan totdat B hem komt ophalen.

De tweede mogelijkheid is een levering traditio brevi manu (levering met de korte hand). Hiervan is sprake wanneer de verkrijger houder van de zaak voor de vervreemder was. B heeft de fiets van A geleend en koopt de fiets van A. B was al houder van de fiets voor A en wordt nu bezitter. Ook in dit geval is geen sprake van feitelijke overgave van de fiets.

Een derde mogelijkheid is een levering traditio longa manu (levering met de lange hand). In dit geval is er een derde die de zaak voor de vervreemder hield en haar na de overdracht voor de ontvanger houdt. A heeft zijn fiets bijvoorbeeld naar de fietsenmaker gebracht en verkoopt de fiets aan B terwijl deze fiets nog bij de fietsenmaker staat. De fietsenmaker was houder voor A en wordt houder voor B. Ook in dit geval vindt levering plaats zonder dat de fiets werkplaats verlaat. Voor deze wijze van levering is wel vereist dat de derde (in dit geval de fietsenmaker) de overdracht heeft erkend dan wel dat de vervreemder of de verkrijger de overdracht aan hem heeft medegedeeld.

In de voornoemde drie gevallen geschiedt de levering door een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling.

Levering van vorderingen

Vorderingen op naam zijn net als roerende zaken goederen en kunnen daarmee overgedragen worden (art. 3:1 jo 3:83 BW).  De overdracht van een vordering wordt cessie genoemd. Art. 3:94 BW kent hierbij twee verschillende soorten cessie, de openbare en de stille. De openbare sessie vindt plaats door het opmaken van een daartoe bestemde akte en mededeling van de cessie aan de schuldenaar door de vervreemder of de verkrijger. Deze variant wordt openbaar genoemd omdat naast de vervreemder en de verkrijger ook een derde (de schuldenaar) van de overdracht op de hoogte wordt gebracht. De wet schrijft hier alleen het opmaken van een akte voor. Dit mag daarmee elk door de vervreemder ondertekend geschrift zijn (zie nader art. 156 Rv).

De overdracht van een vordering op naam is ook mogelijk zonder de schuldenaar in te lichten. In dat geval is sprake van een stille cessie. Wel vereist art. 3:94 lid 3 BW in dat geval dat een authentieke of geregistreerde onderhandse akte wordt opgemaakt. De reden voor dit extra vereiste is dat het tijdstip van de overdracht onomstotelijk komt vast te staan zodat antedatering niet mogelijk is. 

Levering van beperkte rechten

De levering van een beperkt recht op een goed geschiedt in beginsel met inachtneming van dezelfde vormvereisten als die zijn voorgeschreven voor de overdracht van het goed zelf (art. 3:98 BW). Dit houdt bijvoorbeeld in dat voor de vestiging van een beperkt recht op registergoed, net als voor de levering van het goed, een tussen partijen opgemaakte notariële akte gevolgd door inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers vereist is (art. 3:89 BW). Een pandrecht op een roerende zaak wordt op dezelfde wijze gevestigd als de wijze waarop de zaak geleverd zou moeten worden. Zo dient de zaak in de macht van de pandhouder, of van een derde indien partien dat zijn overeengekomen, gebracht te worden (vuistpand; art. 3;236 BW) of dient een authentieke of geregistreerde akte opgemaakt te worden zonder dat de zaak in de macht van de pandhouder hoeft te worden gebracht (bezitloos pand; art. 3:237 BW). Ook een pandrecht op een vordering wordt op een gelijke wijze gevestigd als levering van de vordering zou geschieden. Zo wordt een openbaar pandrecht op een vordering gevestigd door het opmaken onderhandse akte en mededeling aan de schuldenaar (art. 3:236 lid 2 jo 3:94 BW). Een stil pandrecht wordt dan weer gevestigd door het opmaken van een authentieke of onderhandse geregistreerde akte zonder mededeling van de verpanding aan de schuldenaar.

Levering van registergoederen

De levering van registergoederen, waaronder onroerende zaken, geschiedt door een daartoe bestemde en tussen partijen opgemaakte notariële akte gevolgd door de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers, aldus art. 3:89 BW. Van belang is om op te merken dat de levering van registergoederen een zogeheten samengestelde handeling is. Ondanks dat velen denken dat zij eigenaar zijn geworden op het moment dat de akte bij de notaris is ondertekend, is echter niets minder waar. Immers, slechts indien aan alle vereisten van art. 3:89 BW is voldaan, is geldig geleverd. Indien een geldige titel en de beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder aanwezig is dan is de overdracht pas voltooid, en gaat daarmee de eigendom pas over, op het moment dat leveringsakte wordt ingeschreven in het openbaar register. Als moment van inschrijving geldt daarbij het moment van aanbieding, aldus art. 3:19 BW. Het moment waarop de akte daadwerkelijk wordt ingeschreven, is daarmee niet van belang. Het gaat om het moment waarop de akte ter inschrijving wordt aangeboden.

Een interessante vraag die ook in de praktijk tot de nodige strubbelingen leidt, is die wat nu feitelijk geleverd is. De hoge Raad heeft hierbij als maatstaf geformuleerd dat het aankomt op “de in de notariële akte van levering tot uiting gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit in de akte opgenomen, naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte uit te leggen omschrijving van de over te dragen onroerende zaak” (HR 8 december 2000, NJ 2001/350; Eelder Woningbouw/Van Kammen c.s.). Het gaat er daarbij om wat een derde uit de akte kan opmaken en niet om wat partijen onderling bedoeld hebben. Wijkt de omschrijving in de leveringsakte daarmee af van hetgeen partijen bedoeld hebben dan prevaleert omschrijving in de akte. Wel van belang is dat naast het vereiste van levering ook aan de andere twee vereisten voor overdracht voldaan dient te zijn (titel en beschikkingsbevoegdheid).

Enkele voorbeelden uit de praktijk. A is eigenaar van twee huizen op naast elkaar gelegen percelen. A verkoopt het linker huis aan B terwijl in de leveringsakte abusievelijk de kadastrale aanduiding van het rechter huis is opgenomen. Op grond van de in de leveringsakte opgenomen omschrijving is het rechter huis geleverd. Echter is de eigendom van het huis niet overgegaan omdat voor die overdracht geen geldige titel bestond. De titel (koopovereenkomst) zag immers op het linker huis niet op het geleverde rechter huis. Stel dat in de leveringsakte wederom de kadastrale aanduiding van het rechter huis is opgenomen maar dat de feitelijke omschrijving ziet op het linker huis. In een dergelijk geval prevaleert feitelijke omschrijving en is derhalve het linker huis geleverd (HR 2 december 1988, NJ 1989/160; Dukker/Los).