algemeen

Volgens artikel één van het vijfde Burgerlijk Wetboek is eigendom het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Het tweede lid bepaalt vervolgens dat het de eigenaar met uitsluiting van een ieder vrijstaat om van de zaak gebruik te maken. Dit houdt eveneens in dat de eigenaar bevoegd is om de eigendom van de zaak over te dragen aan derden of te bezwaren met beperkte rechten.

Wil iemand eigenaar van een zaak worden dan zal hij de eigendom van die zaak moeten verkrijgen. Dit verkrijgen kan grofweg op twee verschillende manieren: onder algemene of bijzondere titel. Art. 3:80 BW geeft hierbij aan dat men goederen onder algemene titel verkrijgt door erfopvolging, boedelmenging, fusie en splitsing. Verkrijging onder bijzondere titel geschiedt door overdracht, verjaring en onteigening.

Voor wat het onroerende zaken betreft, is overdracht de meest voorkomende wijze van verkrijging. Voor overdracht van een goed is vereist een levering krachtens een geldige titel en beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder, aldus art. 3:84 BW. Als niet aan alle drie deze eisen is voldaan dan vindt geen overdracht plaats en gaat de eigendom niet over op de koper. Beschikkingsbevoegdheid houdt in dat de vervreemder ook daadwerkelijk de bevoegdheid moet hebben om het goed te vervreemden. Zo zal een eigenaar in vrijwel alle gevallen beschikkingsbevoegd zijn. Een huurder daarentegen zal vrijwel nooit bevoegd zijn om de gehuurde zaak over te dragen aan een derde omdat hij eenvoudigweg geen eigenaar van de zaak is. Als hij zelf de eigendom niet heeft dan kan hij die immers ook niet overdragen. De titel geeft vervolgens aan op welke rechtsgrond de eigendom overgaat. Zo kan de titel bijvoorbeeld luiden koop, ruil of verjaring. Tot slot is er het vereiste van de levering. Op welke wijze deze levering kan plaatsvinden, is afhankelijk van het soort goed dat wordt overgedragen. Zo is voor de levering van registergoederen een notariële akte en inschrijving daarvan in de openbare registers vereist terwijl voor de levering van een roerende zaak veelal de feitelijke bezitsverschaffing voldoende is. Wederom geldt dat indien niet op een geldige wijze is geleverd niet aan de eisen van art. 3:84 BW is voldaan en de koper geen eigenaar is geworden. Die is zijn beurt dan ook niet beschikkingsbevoegdheid om de zaak weer aan een ander over te dragen. Behoudens de gevallen van derdenbescherming blijft de oorspronkelijke eigenaar, eigenaar.