Einde en zuivering

Het hypotheekrecht kan op een aantal wijzen teniet gaan. De meest voorkomende wijze is het tenietgaan van de vordering door voldoening. Aangezien het hypotheekrecht en afhankelijke recht is, kan zij niet bestaan de bijbehorende vordering (art. 3:82 jo 3:7 BW). Ook door het tenietgaan van het verhypothekeerde, gaat het hypotheekrecht er niet. Aangezien het hypotheekrecht een zakelijk recht is, kan zij niet bestaan zonder de onderhavige zaak. Weer een andere manier van tenietgaan is het doen van afstand door de hypotheekhouder.

Een meer bijzondere vorm van het tenietgaan van een hypotheekrecht is de zuivering (art. 3:272 BW). Door zuivering vervallen na een executoriale verkoop alle op het goed rustende hypotheken. Dit geldt ook voor hypotheken voor vorderingen die niet of slechts ten dele uit executie-opbrengst kunnen worden voldaan. Naast hypotheken vervallen ook alle beslagen en alle beperkte rechten die niet tegen de verkoop kunnen worden ingeroepen. Van groot belang is om in te zien dat zuivering enkel plaatsvindt bij executoriale verkoop en niet bij een reguliere onderhandse verkoop.