Noodweg

Het is mogelijk dat een perceel dusdanig ingesloten ligt tussen andere percelen dat het niet of niet behoorlijk vanaf de openbare weg bereikbaar is. De eigenaar van het ingesloten perceel kan dan een beroep doen op art. 5:57 BW, het zogeheten recht op een noodweg. Het gaat hierbij niet erom dat het perceel in het geheel niet bereikbaar is maar om het feit dat een behoorlijke exploitatie van het erf zonder die weg niet mogelijk is. In die gevallen kan de rechter desgevorderd een noodweg aanwijzen. De rechter houdt bij het aanwijzen van een noodweg rekening met het belang van het ingesloten erf, dat langs die weg de openbare weg of het openbaar water zo snel mogelijk kan worden bereikt en met het belang van het bezwaarde erf om zo weinig mogelijk overlast van die weg te ondervinden Voor het gebruik van die weg dient uiteraard wel een vergoeding betaald te worden. De hoogte van de vergoeding zal met name afhangen van de mate waarin de noodweg overlast voor de eigenaar van het erf veroorzaakt. Als gevolg van onvoorziene omstandigheden kan de vergoeding op een later moment door de rechter worden gewijzigd.

Het recht op een noodweg is geen erfdienstbaarheid en hoeft dan ook niet te worden ingeschreven in de openbare registers. Bijzonder is dat opvolgers onder bijzondere titel wel aan de aanwijzing van de noodweg gebonden zijn ook al blijkt die aanwijzing niet uit de openbare registers (HR 2 mei 1997, NJ 1998/315).