Algemeen

De bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven (burenrecht) is geregeld in de vierde titel van het vijfde Burgerlijk Wetboek. Alhoewel de wet spreekt over naburige erven hoeven de betreffende erven niet altijd aan elkaar grenzen. Zolang zij maar in enige vorm invloed op elkaar uitoefenen, in die zin dat een handeling op het ene erf gevolgen heeft voor het andere, zijn de betreffende bepalingen van toepassing. Daarnaast doet het feit dat de wet spreekt over de bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars vermoeden dat de wettelijke bepalingen alleen van toepassing zijn op de relatie tussen de eigenaars onderling. Niets is echter minder waar aangezien de meeste bepalingen ook van toepassing zijn op de gebruikers van erven. In de volgende onderdelen wordt nader ingegaan de voornaamste en meest voorkomende aspecten van het burenrecht.